Actueel Column: Ik ben m’n lieve schaapje kwijt *

Column: Ik ben m’n lieve schaapje kwijt *

Fieke Huisman 12 september 2017

“Zelfs de straathonden lusten geen schaap meer”, grapt een van de bewakers op de hoek bij mijn huis. Het is offerfeest in Khartoum.

Enkele dagen daarvoor domineerden nog grote kuddes schapen het straatbeeld. Eigenlijk lijken ze meer op geiten: een korte stugge vacht, hoog op hun poten, en spitse snuiten. Alleen de lange staarten verraden hun ware soort. Er wordt druk gemekkerd, gegeten en ontlast. En bovenal flink over hun prijs onderhandeld. Een schaap kost al gauw honderd euro.

Er eentje kopen is een belangrijke gebeurtenis. Meestal trekken de mannen van de familie er ’s ochtends vroeg al op uit om meerdere markten te bezoeken. Jonge, stevige mannelijke schapen zijn het lekkerst. Maar ook weer niet té dik (te veel vet), of té jong (te weinig vlees). De vrouwelijke schapen worden alleen geslacht als ze oud zijn en men er zeker van is dat ze niet zwanger zijn. Dat schijnt bij schapen nogal lastig te zien te zijn, en het slachten van een zwanger schaap is niet alleen economisch nadelig, maar gaat ook tegen alle morele regels in.

Als het schaap eenmaal is gekocht wordt het per pick-up-truck bij de nieuwe eigenaar afgeleverd door de schaap-thuisbezorgservice (voor de rijke Sudanezen), of in de eigen laadbak gestopt (voor alle anderen). Daarna loopt het dier, waarvan de dagen geteld zijn, nog enkele etmalen koninklijk door de tuin, waar het veelvuldig wordt geknuffeld en lekkernijen toegestopt.

In de tussentijd is er een slager geboekt (of een oom aangewezen) die het dier ter plekke ritueel slacht, het ophangt aan de boom in de tuin of lantaarnpaal in de straat, en het desgewenst ook in eetbare stukjes snijdt. Als je de huid en de kop weer aan de slager meegeeft dan krijg je korting, wil je het zelf houden dan betaal je wat meer. Elk deel van het dier wordt gebruikt. Zelfs de poten dienen voor een smaakvolle soep.

Maar het gaat natuurlijk om het vlees, en dat wordt breed uitgedeeld. Een deel voor de eigen familie, een deel voor vrienden en personeel, en een deel voor de armen. Mannen en vrouwen eten vaak gescheiden, maar wel met z’n allen tegelijk. De doordringende geur van het schaapsvlees verspreidt zich, de eetlust wordt gewekt. Op hete kolen wordt het vlees geroosterd, terwijl de lever (het neusje van de zalm) het liefst rauw wordt gegeten. Met wat scherpe uien en een pittige saus is het inderdaad niet onaardig, mals en smaakvol zelfs. Idealiter eet men de lever enkele uren na de slachting, tijdelijk geconserveerd in het vet van het dier zelf, zodat de oorspronkelijke lichaamstemperatuur behouden blijft. Haute cuisine à la Sudan.

Na uren eten en converseren heeft iedereen genoeg schaap gehad. Het opgeblazen gevoel wordt verlicht door het drinken van Gabasher, een verfrissende mix van yoghurt en Sprite. Helpt de spijsverbetering en kalmeert de maag. En dat is wel nodig.

Voor veel Sudanezen, die gedurende het jaar vooral bonen en brood eten, is het offerfeest (Eid al-Adha) een heel belangrijk moment. Een tijd van verbintenis met familie en vrienden, een tijd van bezinning. Hoogtijdagen voor de welbekende Sudanese gastvrijheid: de familie in afgelegen oorden wordt bezocht en menig deur staat open om gasten te ontvangen (en nog een schaaps-deel te nuttigen).

Enkele dagen later verlaten de nog overgebleven schapen de stad. Alleen de her-en-der rondslingerende schaapspootjes herinneren aan hun soortgenoten van weleer.

* Vrij naar Ernie van Sesamstraat

Fieke Huisman

Profiel