Actueel Column: Een goed boek

Column: Een goed boek

Ed Hoeks 21 januari 2019

Een van de aardigste kanten van ons werk is natuurlijk de cultuur, ik bedoel de contacten met Nederlandse schrijvers. J.D. Salinger gaf ooit een mooie definitie van een goed boek: na lezing wil je de auteur bellen, met hem lunchen en praten over dat boek.


Het laten vertalen van boeken waar je zelf van hebt genoten, en zo anderen laten meegenieten, wat een plezier!


Josef Stalin overleed op dezelfde dag als Sergej Prokofiev, John Kennedy op dezelfde dag als Aldous Huxley, maar van de overleden cultuurdragers geen woord in de kranten. Zo was het niet altijd. Nero stond liever op het toneel dan in de Senaat en ook in de renaissance was cultuur belangrijker dan politiek. Eerst schilders, toen schrijvers. En we hebben tegenwoordig prachtige schrijvers.


Zo heb ik, samen met het Nederlandse Letterenfonds werken van schrijvers als Arthur Japin (“Vaslav”), Geert Mak (“In Europa”), Arnon Grunberg (“Tirza”), Alexander Munninghoff (“De Stamhouder”), Frank Westerman (“De Zwarte met het Witte Hart”), Paul Glaser (“Dansen met de Vijand”) en van vele anderen naar het Slavisch taalgebied kunnen overbrengen.


Mooie herinneringen bewaar ik aan de vertaling van “Zeeverhalen” van Maarten Biesheuvel. In mijn studententijd was ik al erg getroffen door zijn prachtige verhaal ‘Brommer op Zee’. Toen Biesheuvel op een gegeven moment de P.C. Hooftprijs ontving, dacht ik dat het moment was aangebroken hem naar Sint Petersburg, waar ik toen woonde, uit te nodigen. Daar is een mooie Russische uitgave van die “Zeeverhalen” uit voortgekomen, die we met een groepje vrienden later in Leiden hebben gelanceerd. Ook ontstond er een vriendschap met de auteur en zijn vrouw Eva.


Toen we hen niet zo lang geleden beiden aan tafel zagen bij DWDD, waren we geroerd door de breekbaarheid van Maarten en het optimisme van zijn vrouw Eva. Dat Eva kort daarna overleed was een schok. Hoe moest het nu verder met Maarten? Gelukkig begrepen we al snel van vrienden dat het redelijk goed met hem gaat en dat er steeds iemand bij hem is. Zulke prachtige zinnen als bij hem, die lees je niet vaak.


Over mooie zinnen gesproken: de afgelopen Kerstdagen las ik “Grand Hotel Europa” van Ilja Leonard Pfeijffer. Deze graecus zag ik tien jaar geleden al als een genie, als een toekomstig premier van Nederland, als de aanstaande Europese Raadsvoorzitter, als toekomstig president van Italië en waarom niet: als opperbaas van het hele Europese gebied dat het oude Romeinse Rijk omvat. Ik las toen “De Antieken”, een korte literatuurgeschiedenis van zijn hand en ben sindsdien in zijn ban. Wat een oorspronkelijkheid van denken en wat een taalvirtuoos.


“Grand Hotel Europa” gaat inderdaad over Europa, een Europa op de rand van de ondergang, maar het gaat ook over het miserabele verschijnsel van massatoerisme, over migratie, over liefde en over al die kleine ergernissen van het dagelijks leven die voor ieder op zijn of haar manier worden uitvergroot tot levensproblemen.


Ik heb er altijd een hekel aan gehad als mijn voorganger op een post me adviezen gaf. Overdrachtsmemo’s las ik niet. Ik zou zelf wel zien. Daarom ben ik zeer terughoudend in het geven van raad aan mijn opvolger. Maar ik zou een uitzondering willen maken voor het boek “Grand Hotel Europa”. Hij moet dat boek niet alleen lezen, maar straks ook laten vertalen in zoveel mogelijk Slavische talen.


Ed Hoeks

Columnist

Profiel