Actueel Column: Een zondag in Dnjepropetrovsk

Column: Een zondag in Dnjepropetrovsk

Ed Hoeks 17 september 2018

De naam van de stad Dnjepropetrovsk fascineerde me al in mijn schooljaren. Afgeleid van de naam van de rivier de Dnjepr en de fameuze Volkscommissaris Petrovski, krijg je een van de mooiste plaatsnamen ter wereld: Dnjepropetrovsk. Driekwart consonant. Prachtig! Niet alleen de naam van de stad, ook de geschiedenis van Dnjepropetrovsk is bijzonder. In Sovjettijden was het immers een zogenaamde “gesloten stad”. Gesloten voor buitenlanders. Fabrieken voor raketmotoren! Staalindustrie! Spoorwegverbindingen! Kolenmijnen van wel tweeduizend meter diep! De duizenden die daarin door methaangas stikten, ook dat was geheim.


Een rivier doet bovendien veel met een stad. Zeker in Dnjepropetrovsk, waar de Dnjepr nog breder is dan in Kiev. Dat de Oekraïners de naam van de stad recent omdoopten tot Dnipro haalt veel weg van de mythische klank. De bewoners vinden die naamswijziging dan ook maar niks en blijven Dnjepropetrovsk zeggen.


Die zondag in Dnipro had ik nog steeds het gevoel de enige buitenlander in deze miljoenenstad te zijn. Omdat het ’s morgens om acht uur al zesentwintig graden was, begon ik de dag met een duik in de Dnjepr. Het kleine strandje dat toegang tot de rivier gaf, was leeg. Iedereen lag zijn roes uit te slapen na het feest van de Kroatische voetbaloverwinning op Rusland. Want, was ik nu in een Russische of Oekraïense stad? In Dnjepropetrovsk, in 2014 door de oligarch Kolomoysky voor Oekraïne behouden, hoor je die merkwaardige mix van beide talen, Russisch en Oekraïens, het zogenaamde Soerzjik, de taal van Gogol. Engels? Zelfs de jeugd niet. Jiddisch, dat wel, met een dagelijkse volle rechtstreekse vlucht van en naar Tel Aviv.


Ben ik getuige van een legendarische tijd of beleefde ik een koortsige droom? Vanaf tien uur ’s morgens klinken luidsprekers in de hoofdstraat. Adviezen aan de burgers. “Drinkt U genoeg water”; “Wandelt U niet in de zon”. Ik waande me terug in de Sovjet-Unie. Dat is tenminste gebleven: die goedbedoelde bedilzucht, die in het Westen tot spotternij zou leiden, maar hier benadrukt wordt door streng kijkende baboes ka’s.


Op zulke warme zomerdagen dragen de mannen Oost-Duitse kapiteinspetten en de vrouwen hoeden, waarvan de slappe randen over het gezicht vallen. De zoete herinnering en de melancholie van een warme zondag in een metropool. Ik bestel koffie en probeer mijn klein Oekraïens vocabulaire, maar verval in het Russisch.


Wanneer je twintig jaar geleden in Dnjepropetrovsk Oekraïens sprak, bijvoorbeeld in tram of bus, dan werd je fronsend aangekeken. Ook nu is nog twee-derde van de bevolking Russischtalig. Maar pas op! Een klap voor je kanis kun je krijgen. Schijt! Aan Rusland. Schijt, schijt en nog eens schijt.
Ja, zover heeft het moeten komen in deze eens zo trotse Sovjet-concentratie van atoomraketten. Toen: gesloten, trots en Russisch. Nu: open en Oekraïens. Gelukkig is die trots gebleven!


Ed Hoeks
Kiev




Ed Hoeks

Columnist

Profiel