Actueel Column: Een zondag in Odessa

Column: Een zondag in Odessa

Ed Hoeks 22 oktober 2018

De grote gebeurtenissen van de geschiedenis zijn in het leven van de mensen bijkomstigheden. En omgekeerd. Maar dat het bombardement van Dresden (13 februari 1945) een oorlogsmisdaad was, daarover zijn de meeste historici het nu wel eens. Minder bekend is die andere “vergissing” van de geallieerden, van twee weken eerder: op 30 januari 1945 werd het Duitse passagiersschip, de Wilhelm Gustloff, door een Russische torpedo tot zinken gebracht. Dat schip, vol met vrouwen en kinderen uit Oost-Pruisen, was op de vlucht voor de Russische Grossangriff. Meer dan negenduizend mensen kwamen om en daarmee werd dit de grootste scheepsramp uit de geschiedenis. Gezagvoerder van die Russische onderzeeboot (type S-13) was kapitein Alexander Marinesko.


Omdat mijn moeder uit de Duitse Ost-Gebiete afkomstig was en in januari ’45 kon vluchten, heeft die Russische aanval mij altijd gefascineerd. Lange tijd was er discussie over de vraag of kapitein Marinesko zijn torpedo op eigen gezag dan wel op instructie van Moskou had afgevuurd. Geen wonder dat de kapitein na de oorlog aan de drank raakte. Het Kremlin ontkende namelijk lange tijd dat Marinesko toestemming had gekregen.


Daarom was ik verbaasd in Kaliningrad (voormalige Oost-Pruisische hoofdstad Koenigsberg) een standbeeld van de Russische kapitein aan te treffen. Voor de één misdadiger, voor de ander kennelijk toch oorlogsheld. Onlangs zag ik in Odessa dat de zeevaartschool aldaar ook naar de fameuze onderzeebootkapitein vernoemd was. Alexander Marinesko, geboren uit een Roemeense vader (Marinescu) en een Oekraïense moeder, was immers in Odessa geboren. Zijn naam gerussificeerd. Mijn hart zonk.


Dat nu juist Odessa, die smeltkroes van meer dan honderdtwintig nationaliteiten, waar op straat Grieks, Turks, Russisch, Georgisch en Jiddisch door elkaar wordt gesproken, dit geneesmiddel tegen alle tegenslag, dat nu juist deze stad dat fatale torpedoschot moest eren. Odessa, een stad met straten, gebouwd naar de stand van de zon. Odessa, waar de jiddische humor overheerst. Met uitdrukkingen als “Als ik maar niet kom waar ik heen moet”, of waar je als antwoord op de vraag “hoe het gaat” steevast hoort: “slecht, maar ik verdraag het goed”. Waar op de hoek van iedere straat de oesters “met een tranensausje” gegeten worden. Wanhoopstranen.


Odessa, een stad die zich door niemand iets laat vertellen. De stad gaat prat op eigengereidheid en onafhankelijkheid. Odessa, waar de stijl tsaristisch Russisch, nooit Sovjet-Russisch was. Waar het staal uit de Donbas gewoon op de kades van de haven ligt. Want voor Odessa gelden slechts de eigen wetten. In heel Oekraïne worden de straatnamen die uit de Sovjet-Unie stammen, ver-oekraïniseerd. In Odessa mag de naam van een Sovjet-held op de gevel blijven staan. Onder voorwaarde dat deze held in Odessa is geboren, natuurlijk. Want: de grote gebeurtenissen van de geschiedenis zijn in het leven van de mensen bijkomstigheden. En omgekeerd. Ja, vooral omgekeerd.

Ed Hoeks

Columnist

Profiel