Actueel Column: Functie- en persoonsprofiel

Column: Functie- en persoonsprofiel

Hein van der Hoeven 22 januari 2019

In december hield Pim Waldeck, gepensioneerd (VD)BZ-er, voor de VDBZ-alumni en andere geïnteresseerden een lezing over de allereerste minister van Buitenlandse Zaken, Maarten van der Goes van Dirxland. Na de lezing was er gelegenheid tot het stellen van vragen. Delphine Pronk vroeg op welke van de M´s die Pim zelf in zijn loopbaan had meegemaakt, deze Van der Goes van Dirxland het meeste leek. ‘Van der Goes was een vakman, hij kwam uit de diplomatieke dienst,’ zo stak Pim van wal. Nou, dacht ik, dan vallen de meeste M´s uit de laatste 40 jaar af, want dat waren geen vakmensen. Van Mierlo, Van Aartsen, Rosenthal, Blok…; geen van hen had diplomatieke ervaring. Dat kan kennelijk zo maar. Want voor de functie van M bestaat geen functieprofiel. Budgetadministrateur bij FEZ of handelssecretaris in Tokio kan je alleen worden als je door allerlei kennis- en vaardigheidshoepels bent gesprongen. Maar voor de hoogste functie op het ministerie geldt geen vastgelegd profiel.

Het doet me denken aan een periode uit de BZ-geschiedenis waarin de eis van vakmanschap voor bepaalde functies werd losgelaten. Dat was ten tijde van de invoering van de zogeheten integratie, de samenvoeging van de leden van de Buitenlandse Dienst en de ministerieambtenaren (rond 1985). In het kader van het fusieproces werd een aantal ministerieambtenaren op ambassades en PV’s geplaatst. Het effect hiervan is prachtig beschreven in een brief die ik toentertijd van een collega kreeg. ‘We hebben momenteel een product van de integratie als secretaris zitten. Hij vindt het natuurlijk schitterend: hoog salaris, groot huis, diners en als TZ auto met vlag. Echter, na een half jaar weet hij nog niet hoe de codeapparatuur werkt en de kluizen open moeten. Gerapporteerd wordt er ook niet meer. Want “dat wordt in Den Haag toch niet gelezen; daarover worden geen Kamervragen gesteld, etc.” Ik vraag me werkelijk af waar al die voorselecties, selecties en opleidingen, stageperiodes (…), werkstukken goed voor zijn geweest (…), als dergelijke lieden die van toeten noch blazen weten, enkel en alleen vanwege goede prestaties op het ministerie uitgezonden worden.’ Een mooie illustratie van het nadeel van plaatsing zonder functieprofiel.


Aan de andere kant: een scherp functie- en persoonsprofiel is niet alleenzaligmakend. Terugkerend naar de bewindslieden springt het voorbeeld van Van der Klaauw in het oog. Hij was beroepsdiplomaat, maar werd geen goede minister van Buitenlandse Zaken. Velen van ons kennen vast wel een voorbeeld van een plaatsing die op papier een match was, maar in de praktijk mislukte. Dat maakt personeelswerk zo moeilijk. En boeiend. Het is geen wiskunde.


Als personeelslid, als leidinggevende, als medewerker van de personeelsdienst, als lid van het SG/DG-beraad: allen proberen we de juiste persoon op de juiste plaats te krijgen. Veel succes daarbij, in het belang van persoon en organisatie. Dat is de wens van deze columnist (die net als de minister op papier geen functie- of persoonsprofiel heeft).

Hein van der Hoeven

Columnist

Profiel