Actueel Column: Het harde werrukkuh

Column: Het harde werrukkuh

Ed Hoeks 16 april 2019

Een Brits ambassadeur zei eens, toen hem door een buitenstaander werd gevraagd of zijn werkuren niet al te comfortabel waren: “maybe so, but they do break my day”. Toen ik een oudere collega lang geleden eens vertelde dat mijn studiegenoten die bij een handels- of advocatenkantoor in de City werkten veel meer uren moesten draaien dan wij op B.Z., reageerde deze verontwaardigd. Dit druiste tegen zijn gevoel van eigenwaarde in. Ondertussen zijn de ontwikkelingen snel gegaan. Inmiddels rijden er op de Amsterdamse Zuidas gesjeesde studenten met brommertjes rond die cocaïne en andere stimuli verkopen om de boel op die kantoren aan de gang te houden.

Maar zo zit het bij ons op B.Z. niet. Het zit namelijk anders. Als je je werk erg leuk vindt, dan ervaar je die vele uren niet als last, maar misschien eerder als zelfontplooiing. Zo heb ik al die jaren bij B.Z. nooit het idee gehad dat ik hard moest werken, hoewel (dat weet iedereen) er op een ambassade vele overuren gedraaid worden. Avonden, weekenden, echt vrij ben je eigenlijk nooit. Maar omdat we de ruimte hebben om die indeling zelf enigszins te sturen, is er geen perceptie van overbelasting. Kortom: hard werken is een subjectieve ervaring.
Slechts tweemaal heb ik die vervelende ervaring van hard werken gehad: de eerste keer toen ik in Harderwijk Russisch mocht leren en de tweede keer, vele jaren later, toen ik als politiek adviseur aan een Amerikaanse viersterren-generaal gekoppeld werd. In Harderwijk zaten we ‘s morgens al om acht uur met de koptelefoon Russische zinnetjes na te spreken, terwijl er tot diep in de avond woordjes gestampt moesten worden.

Later bij die generaal werd men geconfronteerd met het matineuze schema ‘in militaribus’. Mijn baas stond iedere ochtend om vier uur op en na zijn P.T. (‘physical training’) moest je vanaf een uur of zeven wel beschikbaar zijn voor de voorbereiding van de ‘command-group’, die iedere ochtend om acht uur begon (‘zero eight-hundred sharp”). Deze Vietnam-held doorspekte ons ochtendgesprek met korte zinnetjes als: “I’ll slit his throat”, waarop ik dan beleefd reageerde met : “I bet you will, General”. In de weekenden werkte iedereen gewoon door. Zondagmiddag was je vrij.

Waarom noemden we dit hard werken? Niet zozeer vanwege de vele uren, maar meer omdat je er zelf geen sturing aan kon geven, aan je dagindeling. Je zat in de kaken van een militaire organisatie en dat was nu precies wat de subjectieve ervaring van hard werken opleverde.

Dan is er nog iets: voor mijn generatie die in de “rode” jaren zeventig studeerde, was carrière een besmet woord. Het riep associaties op met het vermaledijde kapitalisme en met het establishment, waar wij als studenten faliekant tegen waren. Colleges die om negen uur begonnen heetten nachtcolleges en ambitie heette uitsloverij. Zo anders dan de huidige generatie, waarin op uitblinken gelukkig geen taboe meer rust. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw deed je er juist goed aan om je werklust niet te laten zien. Zo leerde je hoe je hard werken tot een hobby moest verheffen. Tot iets wat je oprechte belangstelling had. Dan mocht het namelijk wel. Misschien dat wij juist daarom ons zo thuis voelen bij B.Z.



Ed Hoeks

Columnist

Profiel