Actueel Column: PRAAGSE VERWARRING

Column: PRAAGSE VERWARRING

Ed Hoeks 2 augustus 2021

Het was de tijd waarin droom en werkelijkheid nog iets met elkaar te
maken hadden. Ik was die avond alleen thuis en het geheim om zo’n
solitaire avond goed door te komen is jezelf te verwennen met een goed
boek. Ik was echter vroeg ingesluimerd, na twee whisky’s bij het aperitief,
een halve fles rode wijn aan tafel en een glas port bij de kaas. Het moet na
middernacht geweest zijn, toen ik wakker werd door een krakend geluid
op de houten trap in de hal. Vreemd! Ook zag ik nu, onder de deurspleet
door, dat het licht in de hal nog aan was. Ik vroeg me verbaasd af of ik in
mijn halve dronkenschap vergeten was het licht uit te doen. Juist toen ik
besloot op te staan om naar de hal te lopen, verdween het lichtschijnsel
van onder de deur. Ook hoorde ik dat krakende geluid weer, maar dat kan
inbeelding geweest zijn. Ik aarzelde. Zal ik gaan kijken of stil in bed blijven
liggen? Al wikkend en wegend viel ik weer in slaap, maar schrok even later
wakker toen de slaapkamerdeur zachtjes geopend werd. Een plotselinge
hoofdpijn en een benauwd gevoel overvielen me, alsof de luchtdruk in de
kamer steeg. Ik zag een man binnenkomen, van normaal postuur, in het
halfduister leek hij gekleed alsof hij zojuist van kantoor kwam. Hij
verspreidde een suggestie van ijlheid. Onder zijn arm droeg hij een
aktetas, of iets wat daar veel van weg had. Meer kon ik niet zien. Ik wist
ook niet of hij mij zag liggen. De man begon in zichzelf te mompelen,
althans dat dacht ik. In werkelijkheid sprak hij tot mij:
“Ik weet wie u bent”, zei hij, nu duidelijk hoorbaar. Zijn stem kwam me
bekend voor, maar ik kon hem niet plaatsen. “Ik zal u nu niet storen, maar
komt u morgen naar het koffiehuis Slavia, op de hoek van de Smetanova
Nabrezi. Ik wacht daar op u, om half elf in de ochtend”. Ik wilde nog vragen
hoe ik de man daar zou herkennen, want in het halfduister van de
slaapkamer kon ik niet veel zien, maar hij had de kamer al weer verlaten.
Het werd nu doodstil in huis, alle lichten waren uit, ik keek op mijn wekker.
Ik dacht dat het al ver na middernacht was, maar het was nog geen twaalf
uur. Ik begon me zorgen te maken. Had ik dit voorval gedroomd of had ik
werkelijk nachtelijk bezoek gekregen? Ik probeerde mezelf tot rust te
brengen en overdacht: “niets aan hand, je hebt gedroomd, dit soort
dingen gebeuren nu eenmaal als je wat gedronken hebt en gekraak hoor je
in alle oude huizen” Uiteindelijk viel ik weer in slaap.
De volgende morgen vertelde ik aan de major domus van de residentie,
wat er die nacht was gebeurd. Er deden namelijk al eerder spookverhalen
de ronde over dit huis. Jaren geleden was de echtgenote van toenmalig
ambassadeur Regtdoorzee Greup in deze residentie overleden. Veel te
jong. Volgens de Indonesische hulp (goena goena!) zou haar geest nog
altijd rondwaren in de residentie. Zij noemde haar de Blauwe Dame. Maar
de kokkin, Milena, was een struise vrouw, die van wanten wist en niet in
zulke fabeltjes geloofde. Ik hoopte dan ook dat zij mij zou bevrijden van
mijn aarzelende bezorgdheid. Tot mijn verbazing adviseerde zij mij koffie
te gaan drinken in het koffiehuis Slavia, misschien ook wel om mij te
genezen van mijn wanen. Ik zou dan immers zelf zien dat er daar helemaal
niemand op mij zat te wachten.
Het regende licht en ik nam de tram, maar toen deze het koffiehuis
naderde, beving mij een gevoel van onrust. Wat nu als mijn nachtelijke
bezoeker…..wat zeg ik…daar in de verte van achter het raam van het
fameuze koffiehuis, zat een man met een donker hoofddeksel die zijn
hand licht ophief, als wenkte hij naar me. Het was geen imperatief, eerder
een aarzelend gebaar. Zijn gelijkenis met mijn kort tevoren overleden
vader trof me in het hart. Kon ik dat ongemak uit mijn hart verdrijven? Mijn
adem stokte. Ik stapte uit bij de halte recht voor het koffiehuis, draaide me
meteen om en liep onmiddellijk terug, in idiote sneltreinvaart, omstanders
aanstotend en half struikelend.
Buiten adem en nat geregend in de warm gestookte kanselarij, durfde ik
niemand te vertellen waar ik was geweest en waarom. Er was, tijdens mijn
afwezigheid, wel voor me gebeld. De kokkin. Ik was mijn aktetas vergeten.
Die was in de slaapkamer gevonden.

Ed Hoeks

Columnist

Profiel