Actueel Overlijden Peter van Walsum/oud-voorzitter VBD/VDBZ

Overlijden Peter van Walsum/oud-voorzitter VBD/VDBZ

Hein van der Hoeven 9 december 2019

IN MEMORIAM PETER VAN WALSUM (1934 – 2019)


Peter van Walsum was een van onze topdiplomaten. Dat is in de media dezer dagen in hoofdlijnen al belicht. Maar Peter was ook een krachtig belangenbehartiger, voor BZ, zijn medewerkers en partners. Dat kwam vooral tot uitdrukking in de eerste helft van de jaren ’80 toen hij aan het roer stond van de Verenging Buitenlandse Dienst (VBD, de voorloper van de VDBZ). In die tijd werd bij het plaatsingsbeleid rekening gehouden met het belang van de VBD/VDBZ: ik zat toen bij de personeelsdienst en ik kan mij herinneren dat de benoeming van Peter tot Chef DWH onder meer onderbouwd werd met het argument dat die functie niet al teveel tijd kostte waardoor Peter de handen vrij kreeg voor het voorzitterschap van de VBD! Een van zijn aandacht trekkende daden uit die periode was de publicatie van een open brief (‘Parachutisten in buitenlandse dienst niet in landsbelang’) op de opiniepagina van NRC-Handelsblad (24 januari 1983). De brief opent aldus. ‘De Vereniging van de Buitenlandse Dienst betreurt de benoeming van mr. M. van der Stoel tot Permanent Vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties te New York. Dat staat in de verklaring die wij vrijdagavond hebben afgegeven en waarvan de essentie zaterdag in deze krant is afgedrukt.’ In het artikel legt Van Walsum vervolgens op rustige, haast academische wijze uit waarop het verzet tegen de benoeming is gebaseerd. Het artikel besluit met: ‘Als daar (= benoeming van politici in diplomatieke topfuncties) een gewoonte van wordt gemaakt, wordt de dienst gewoon de das om gedaan.’


Dat Peter oog had voor de belangen van de personeelsleden ondervond ik persoonlijk toen ik in 1987/88 in Hanoi was geplaatst, een post die toen viel onder Bangkok waar Peter ambassadeur was. Op de site van de NOS lees ik dat Peter moeite had met mensen die minder vlug van begrip waren. Hoewel ik bepaald geen intellectuele hoogvlieger ben, heeft Peter, samen met zijn echtgenote Yiong, mij in die tijd steeds op een positieve manier terzijde gestaan. Zo heb ik een aardige brief van hem bewaard, met o.a. deze raad toen ik hem deelgenoot maakte van mijn in mijn ogen zwakke functioneren als TZ. ‘Ik waardeer je openhartigheid tegenover mij maar zou je toch willen adviseren, tenzij je de dienst al hebt afgeschreven en voor een krant wil gaan werken, dit soort twijfels aan jezelf niet vast te leggen in een brief aan de personeelsdienst. Ik geloof namelijk niet dat onze personeelsmanagers voldoende fijnbesnaard zijn om in te zien dat zo’n brief vooral je nuchterheid – en daarmee je waarde voor de dienst – verraadt.’


Toen de departementsleiding de post Hanoi wilde sluiten, liet Peter per code in duidelijke bewoordingen weten dat dit een onverstandig voornemen was. Hij schreef dat één van zijn argumenten tegen sluiting in Haagse oren waarschijnlijk curieus klonk: nl. het behoud van de residentie in Hanoi. Zijn betoog mocht niet baten, de post ging dicht. Vijf jaar later kreeg Peter gelijk: de ambassade ging weer open, maar Italië had de fraaie residentie inmiddels ingepikt.


Na Bangkok volgden prachtige plaatsingen: DGPZ, CdP Berlijn, CdP PV New York. Hij bewees daarmee dat ook een ambtenaar die bewindslieden en departementsleiding af en toe openlijk en gefundeerd tegensprak, uitzicht hield op de topfuncties waarvoor hij zich kwalificeerde. Zoals in een recenter verleden Henne Schuwer overkwam.


Een van Peters vele sterke punten was dat hij buitengewoon soepel en indien nodig scherp schreef. Een uiting van deze eigenschap was de serie taalmemo’s die hij als DGPZ het apparaat in stuurde. Het eerste memo bevatte als credo: ‘Er gaan op Buitenlandse Zaken teveel geschreven teksten de deur uit die niet aan taalkundige minimumvereisten voldoen. Het is mij niet helemaal duidelijk of dit toe te schrijven valt aan onkunde dan wel aan onverschilligheid, maar ik vrees dat het in veel gevallen een kwestie is van onkunde bij de redacteur en onverschilligheid bij de chef. Het laatste is niet minder onaanvaardbaar dan het eerste.’ En dan volgt een lange reeks van schriftelijke zonden die hij is tegengekomen, zoals ‘Nederland zal haar stemgedrag dienovereenkomstig aanpassen’ (namen van landen zijn onzijdig, voegde hij toe). Een klassieker werd de spelling van Mitterrand. In elk nieuw taalmemo moest hij constateren dat hij weer talloze keren de foutieve spelling (met één r) had gezien.


Graag besluit ik dit in memoriam met een zinsnede uit de email die Kirsten, onze secretaresse in Hanoi, mij dit weekend stuurde: ‘Ik heb de beste herinneringen aan hem en zijn vrouw.’


Hein van der Hoeven (heinvdh@planet.nl)

Hein van der Hoeven

Columnist

Profiel