Actueel Slapeloosheid

Slapeloosheid

Ed Hoeks 16 september 2020

Als ik ’s nachts niet in slaap kan komen, dan probeer ik in gedachten de routes van huis naar kantoor te rijden op mijn buitenlandse posten. Ik begin op mijn eerste post, Nairobi. Vanuit de slingers in de ‘Riverside Drive’, sla ik links af de ‘Uhuru Highway’ op. Dan bij de tweede stoplichten naar links, richting Kenyatta Avenue, doorrijden tot je het Hilton hotel ziet, daar rechts af en op een nabijgelegen open vlakte de auto parkeren. De auto: een donkerblauwe Peugeot 504. Helaas geen 404, de auto waarin Ajax-linksbuiten Piet Keizer reed. Mijn held Keizer, met wie ik door zeer toevallige omstandigheden in Amsterdam eens mee had gereden, debrailleerde nooit wanneer hij schakelde.  Magnifique vond ik dat. Trouwens, op je eerste post als zesentwintigjarige te mogen wonen aan een laan die ‘Riverside Drive’ heette. ‘Riverside Drive’ ! Alsof dat niet magnifique was. Enfin, van die parkeerplaats op een holletje naar het ‘Uchumi House’, zesde verdieping, waar de kanselarij gehuisvest was. Op een holletje, want ik was altijd een tikkie aan de late kant. De toiletten in het Uchumi House waren nog gescheiden voor blank en zwart, iets wat iedereen toen betrekkelijk gewoon vond.

Vandaar naar Moskou, ‘Serpuchovski Val’, elfde verdieping. Als je de wankele lift uitkwam en het parkeerterrein afreed linksaf. Dat wil zeggen als je je auto bij min twintig graden aan de praat had gekregen. Want die Russische Lada’s sloegen eerder aan dan mijn ijsblauwe Volvotank. Volvo: “looks like a tank, feels like a tank, drives like a tank”. Enfin, was je eenmaal op weg, dan lange tijd rechtdoor, langs de Franse ambassade, de brug over de rivier de ‘Moskwa’ over, dan, vrij snel naar rechts, links, rechts, links, de ‘Kalasjnij Pereoelok’ in. Iedereen kon toen nog parkeren op de binnenplaats, die nu is volgebouwd. De binnenplaats: ‘dwor’ in het Russisch. De schoonheid en melancholie van een Russische ‘dwor’, die kun je niet begrijpen, als je nooit aan zo’n ‘dwor’ gewoond of gewerkt hebt. De vaalgele kleuren van de muren, de zwarte sneeuw, de kapotte auto’s, de eenzame roker, een lege fles wodka op de grond, de tegenstribbelende lichtval, alsof het daglicht er eigenlijk liever niet wil zijn.

Algiers, een smalle kronkelende steeg, waarvan wij de Arabische naam nooit konden onthouden en waarvoor we daarom maar de oude Franse naam bleven gebruiken: ‘Chemin des Cretes’. Doorrijden tot aan de kleine ‘rond point’, waar het Ministerie van Buitenlandse Zaken lag, tweede afslag rechts, doorrijden tot Hotel Saint Saint Georges, daar naar links en dan omhoog, omlaag, langs de Amerikaanse ambassade rechts en de Amerikaanse school links, langs de Braziliaanse ambassade en door naar onze eigen kanselarij, een bouwval van een oude Franse villa, verscholen gelegen in een obscure zijsteeg. Op die kleine rotonde kon ik plots niet doorrijden, de weg was door militairen afgezet en er stonden tanks in de straat. Het “Front Islamique du Salut” had de Gemeenteraadsverkiezingen gewonnen. Ik was nu kennelijk al een eind heen in mijn sluimer, want ik zag de Russische president Boris Jeltsin boven op die tank in het centrum van Algiers staan. Door mijn halfslaap heen, dacht ik nog: goed dat ik dat niet in mijn telegram aan DenHaag heb geschreven. Mezelf met uiterste krachtsinspanning van droom naar werkelijkheid terug manoeuvreren. Kun je je leven verdromen?

Jakarta, vanuit de Jalan Bangka, rechtsaf, onmiddellijk daarna de eerste weer rechts, naar de Jalan Sudirman, onder het viaduct rechtdoor naar Kuningan. Deze korte afstand, die je in twintig minuten zou kunnen lopen, nam per auto soms meer dan een uur in beslag. Maar de airconditioning won het toch van een wandeling in de tropische hitte met de geur van benzinedampen en rottend fruit langs de weg. Bij de stoplichten verkopers van koffie, zoete koeken, fruit en speelgoed. Zodra je iets kocht, werd je auto omsingeld door andere verkopers, meestal jonge kinderen en oude vrouwen. De kinderen duwden de vrouwen ruw opzij. Een van die vrouwen viel om, stond op en met gitzwarte ogen keek ze mij woedend aan, alsof het mijn schuld was dat ze omver gegooid was.

Ik reed door, maar die felle blik liet me niet los, als hypnotiseerden die ogen me. Ik viel eindelijk in slaap.

Ed Hoeks

Columnist

Profiel