Actueel Van de OR: Woord en daad

Van de OR: Woord en daad

Fred Duijn 12 december 2017

Goede voornemens zijn belangrijk. Zeker in deze tijd van het jaar. Maar het kan daarbij niet blijven.

Iedereen is het erover eens: er dienen behoorlijke voorzieningen voor blinden en slechtzienden te zijn op Rijnstraat 8, zoals looplijnen en sprekende liften. Al ver voor de verhuizing trok de Ondernemingsraad hierover aan de bel. Toch is het de ambtelijke leiding zes maanden later nog niet gelukt het gewenste niveau te realiseren.

Hoe is dit mogelijk? Buitenlandse Zaken wil daadkrachtig zijn. Dat is het ook gewend. We opereren wereldwijd in de meest diverse omstandigheden en overal zorgen we ervoor dat de randvoorwaarden zo min mogelijk ruis veroorzaken. Juist dan kunnen we ons goed concentreren op het behartigen van de belangen van Nederland.

Ieder gebouw heeft aanloopproblemen; mensen moeten ook even wennen. Maar in Rijnstraat 8 liggen de problemen dieper. In de eerste plaats is er de bizar complexe aansturing. Waar voorheen onze secretaris-generaal bijvoorbeeld kon besluiten dat onmiddellijk een kapotte tourniquet stante pede gerepareerd diende te worden, hebben we nu een besturingsmodel met vier extra lagen die blijkbaar ook nog eens als een matrix zouden moeten werken. Er is in Rijnstraat 8 een gebruikersoverleg (Stuurgroep R8); een beheerder (FM Haaglanden); een commerciële eigenaar (Poortcentraal); een opdrachtgever (Rijksvastgoedbedrijf); en een verantwoordelijk ministerie (BZK). Op elk niveau zijn er verantwoordelijkheden en budgetten. Krijg nu maar eens boven water wie aansprakelijk is bij een veiligheidsincident.

En waarom gaan sinds de verhuizing de bedrijfsvoeringbudgetten zo veel harder? Een kan koffie kost nu bijna drie keer zo veel als op de Bezuidenhoutseweg, waar het natuurlijk ook niet gratis was. Een flipover kun je op de Rijnstraat beter zelf kopen dan intern bestellen. Een bijeenkomst van alle medewerkers kost zomaar rond de 12.000 euro. Doe dat 25 jaar en het is geen klein bier. In de Ondernemingsraad vragen we ons wat voor prijsafspraken zijn gemaakt in deze publiek-private samenwerking. BZK heeft Poortcentraal een monopolie op catering, vergader- en kantoorfaciliteiten gegeven; de rekening valt bij BZ en de andere gebruikers.

Wat we ook voelen in onze ‘brave new world’ is de volgende nieuwe norm van het rijkshuisvestingsstelsel: het werk wordt gedaan met een bureau en een bureaustoel. Punt. Wat hier buiten valt, wordt betiteld als ‘specials’. Normaal werk is plots niet zo normaal meer. En voor ‘specials’ geldt dat hieraan zo min mogelijk wordt toegegeven. Op Rijnstraat 8 hebben bijvoorbeeld de communicatiedirecties geen behoorlijk perscentrum gekregen. Bij Buitenlandse Zaken heeft de directie Protocol en Gastlandzaken geen behoorlijke ontvangstruimten gekregen, om maar een paar voorbeelden te geven.

Waarom is er eigenlijk zo weinig kleur in het gebouw? Denk daarbij niet alleen aan het schoonheidsideaal van eentonig gebruik van zwart en wit, maar vooral ook aan de vergaande anonimiteit waarmee het gebouw is ingericht. Niets doet vermoeden dat in Rijnstraat 8 mensen van Buitenlandse Zaken werken, van Infrastructuur en Waterstaat, of van de andere gebruikers. Geen foto, geen certificaat, geen geschenk. Nergens is ruimte voor gedeelde herinnering of identiteit. Dit doet iets met teamgevoel van medewerkers, met de beleving van sociale cohesie.

Tenslotte, het belangrijkste probleem: het gebouw heeft niet genoeg (arboconforme) werkplekken; niet genoeg vergaderzalen. De norm is gesteld op eén bureau per twee medewerkers. Dit is op Rijnstraat 8 voor het eerst toegepast binnen het Rijk en het past niet. Deze norm perkt de veronderstelde flexwerk mogelijkheden veel te ver in. Mensen staan in de rij voor liften, printers, koffie, en vergaderzaaltjes. Mensen zitten ver van directe collega’s, te dicht op elkaar, ervaren lawaai en irritaties; kunnen geen plek vinden; gaan onverantwoord lang op bankjes en andere plekjes zitten; of blijven veelvuldig helemaal weg van kantoor. Goedkoop blijkt duurkoop.

De Ondernemingsraad steunt de ambtelijke leiding om op alle niveaus aan oplossingen te werken en voegt een niveau toe: de medezeggenschap. Wij starten op basis van de huidige ervaringen en indrukken in de Groepsondernemingsraad van het Rijk een discussie over inzet op vijf structurele aanpassingen in het Rijkshuisvestingsstelsel:

1. Per rijksgebouw komt een eenduidige en alomvattende aansturing met eigen budget-verantwoordelijkheid terug. Vlotte besluitvorming hoort bij een moderne en wendbare overheid.
2. Het contact met PoortCentraal dient te worden geëvalueerd; zo nodig ontbonden of afgekocht.
3. Het werk en de mensen komen weer centraal te staan bij de keuze voor (de inrichting van de) huisvesting. Een bureau-en-een-stoel is niet de maat der dingen.
4. Moderne rijkskantoorpanden laten ruimte voor uitingen van teamgevoel.
5. De norm van 0,5 arboconforme plekken (plus 0,2 overige werkplekken en ruimtes) wordt opgehoogd.



Fred Duijn

OR-voorzitter, VDBZ-fractieleden in de OR

Profiel