Actueel Van de OR: Wij zijn zo gek nog niet

Van de OR: Wij zijn zo gek nog niet

Hester Jonkman 23 mei 2019

Ik ben op dienstreis in Zeeland. De provincie dus. Dat krijg je als OR-voorzitter, opeens gaan je dienstreizen naar het binnenland en zit je twee dagen met vertegenwoordigers van de 220 (!!) OR’en van het Rijk op de spreekwoordelijke hei. Voor alle duidelijkheid: dit is zeker geen klacht. Nederland is mooi en onder al die verschillende overheidsdiensten kom ik genoeg mensen van verschillende pluimage tegen om in mijn behoefte aan culturele diversiteit te voorzien.

Er zijn verschillen, maar wat vooral ook opvalt zijn de overeenkomsten. Van de Belastingtelefoon tot de Raad voor de Kinderbescherming, van DUO (die van de studiefinanciering) tot de Inspectie Leefomgeving en Transport: iederéén klaagt over die irritante, onpersoonlijke SSP-calls, de shared service-organisaties en de bizarre hoeveelheid werk, inefficiëntie en Kafkaëske toestanden die ze opleveren. De bedoeling was beter en goedkoper, de uitkomst is duurder en slechter: deze quote van een anonieme, maar goed-ingevoerde BZ-collega zal de SG van BZK nog vaak gaan horen van de groepsondernemingsraad rijk.

Ook op het gebied van personeelszaken zijn er veel overeenkomsten tussen BZ en andere rijksoverheidsorganisaties. Iedereen klaagt over de onbedoeld negatieve effecten van de P-schouw. Wij neigen te denken dat we daar alleen in staan vanwege onze overplaatsbare contracten, maar de P-schouw werkt ook niet op een callcenter waar mensen allemaal hetzelfde werk doen en al op 100 andere manieren worden gemonitord en gescoord. En leidt ook in de andere organisaties waar hij is ingevoerd tot veel gedoe, onderlinge vergelijkingen en ongelukkige medewerkers. Nog zoiets: de P-adviseur voor de medewerker. Nooit geweten, maar ook dit is dus een rijks breed ingevoerde maatregel. En ook hier: iederéén vindt het ongewenst dat medewerkers geen eigen aanspreekpunt meer hebben. Ook in andere organisaties komen mensen weleens leidinggevenden tegen die de regelgeving niet voldoende beheersen, of zijn er situaties waar de belangen van de leidinggevende en medewerker niet overeenkomen.

Ook onvoldoende werkplekken wordt in heel veel kantoren als een probleem ervaren. Zelfs waar al 10 jaar ‘flexibel’ gewerkt wordt en zelfs waar een 0,8 of soms zelfs 0,9 norm gehanteerd wordt, ervaren rijks collega’s op maandagen, dinsdagen en donderdagen een tekort aan werkplekken – met alle voor ons zo herkenbare frustraties van dien.

Wat dan wel weer een groot verschil is: de manier waarop wij met centraal geregelde zaken omgaan. Op basis van mijn - toegegeven volstrekt niet representatieve - steekproef onder leden van de groepsondernemingsraad: de helft van de organisaties heeft de P-schouw gewoon niet, of aangepast, ingevoerd omdat ze het niet vinden werken. Andere hebben de P-functionaris voor de medewerker gewoon gehouden. Gemiddeld genomen lijkt men zich dus een stuk minder aan te trekken van wat ‘men’ in Den Haag wil.

En men trekt zich minder aan wat ‘men’ in Den Haag denkt. Wij aarzelen vaak enorm om erop te wijzen dat ons ministerie een zekere mate van representativiteit nodig heeft. Uit angst dat ‘men’ in Den Haag daar geen begrip voor heeft, of door een paar zure rijks collega’s voor verwende, champagne drinkende diplomaat te worden uitgemaakt. Wat ik gehoord heb de laatste dagen: niemand begrijpt deze weinig zelfverzekerde houding. Wat iedereen wél begrijpt is dat je de Iraanse ambassadeur niet tussen de kliko’s welkom heet en hem vervolgens thee uit de automaat serveert. Thuis geef je je gasten toch ook geen koffie in een plastic bekertje? Vanuit Zeeland dus de oproep: inderdaad, arrogantie past ons niet. Maar dat is geen reden om in het tegenovergestelde te belanden. Wij zijn niet bijzonder, ons werk is bijzonder. Sterk in de schoenen staan als het nodig is om ons werk goed te kunnen doen, is goed voor Nederland en alle Nederlanders. Het wordt tijd dat we ergens in het midden uitkomen: een gezond BZ-zelfbewustzijn is goed voor iedereen.

Hester Jonkman

Profiel