Actueel Van de Voorzitter: Later als ik groot ben…

Van de Voorzitter: Later als ik groot ben…

Delphine Pronk 22 oktober 2018

De jeugd heeft de toekomst. Cliché, maar waar. Vraag aan ons drietal van 10, 9 en 5: wat wil je worden later als je groot bent? Dan is het antwoord: uitvinder, hockeyster in het Nederlands elftal en prinses (u mag raden wie welk antwoord geeft). In elk geval zijn ze eensgezind: nooit een saaie kantoorbaan zoals mama en papa hebben. “Wat is daar nou leuk aan?” Wij leggen dan geduldig uit: werken aan een veilige wereld, geld verdienen voor Nederland waarbij de rest van de wereld er ook beter van wordt en ja, daar hoort vergaderen en stukken schrijven achter de computer bij. Het Jeugdjournaal kijken ze trouw. Ademloos kijken ze naar een verhaal over plastic soep. En als we dan de link leggen met wat diplomaten doen en de actualiteit lijkt het ze (soms) ietsje minder saai.

En daarom ben ik optimistisch. Optimistisch over de toekomst van ons vak. En over de bestendigheid ervan. Omdat ons vak ergens over gáát. Over wereldproblemen. En hoe we die kunnen helpen oplossen. Maar ook omdat ons vak mensenwerk is.

Wat daar niet bij past is de manier waarop we dat werk – in elk geval in Den Haag - geacht worden te doen. Want bij dat vak, waarin mensen centraal staan, past inderdaad geen kantoorkolos die anonimiteit en eenheidsworst uitstraalt. En daar ben ik dan weer wat minder optimistisch over.

Als ik sommige goeroes en trendwatchers mag geloven is ons werk in de toekomst als gevolg van technologische ontwikkelingen heel anders. Slimmer, sneller, efficiënter. Allemaal prachtig. Omstandigheden veranderen. En dat is maar goed ook. Maar wat als het contraproductief is?

U voelt ‘m aankomen: de R8. Ik weet: er zijn echt wel gebouwen – ook in Nederland – waar het gebouw wel helpt. Vergaderzalen waar een digitaal bord op de deur hangt wie hoe laat heeft gereserveerd. Zodat je ook weet of de zaal even vrij is voor onverwacht overleg. Slimme en snelle liften, waarin schermen hangen met informatie over wat zich waar in het gebouw afspeelt. Gebouwen waarbij je eigenlijk niet hoeft na te denken en al helemaal geen irritaties hebt over dingen die niet werken. Of onhandig zijn gepland (zoals de trage vaak kapotte toegangspoorten, de regenafvoer, koffievlekken in trappenhuizen zonder railing, defecte hoog-laag-bureaus waar niemand een melding van maakt want té ingewikkeld).

Mijn dieptepunt: bij de werkzaamheden onder ons gebouw waren de trillingen op de 8e zodanig dat ik mij weer in aardbevingsgebied in Costa Rica waande. Onveilig en vervelend gevoel. Ik belde met 7000, waarop het antwoord was: voor een klacht kunt u mailen. Ik wilde garantie dat we veilig konden werken, dus ik stuur een mail. Het antwoord? “Wij hebben uw mail doorgezonden aan Gemeente Den Haag.” Benieuwd wanneer ik daar antwoord van krijg…

Ik wil echt geen zeurkous zijn. En ook loyaal het goede voorbeeld geven. Werkplek niet te lang bezet houden. Papierloos werken. Maar het is niet efficiënt. Dat weten SG en PSG ook. Niemand vindt het raar dat zij een eigen werkplek hebben om hun werk goed te doen. Maar het is wel een beetje raar dat de rest dan zo moet worstelen met al die gebreken en inefficiënties. Die ook niet bijdragen onze identiteit, aan wat wij graag willen uitstralen als BZ. Ons BZ maken we samen. In al onze diversiteit. Om de wereld een beetje beter te maken. Gelukkig hebben we de inhoud nog.

Wat ik toen ik klein was wilde worden? Ballerina, concertpianiste en toen: diplomaat. Voortschrijdend inzicht noemen ze dat.


Delphine Pronk

Voorzitter, Bestuur

Profiel