Actueel Van de werkgroep Arbeidsvoorwaarden: "Give trust, to get trust"

Van de werkgroep Arbeidsvoorwaarden: "Give trust, to get trust"

Kees Cath 30 juni 2020

Waren de wijze woorden van een van mijn leidinggevende. Vertrouwen, zo weten wij in ons vak, is de basis van elke (diplomatieke) relatie. Zo ook de relatie tussen werkgever en werknemer. Tussen medewerker en personeelsdienst, tussen medewerker en afdelingshoofd, afdelingshoofd en directeur. Het vraagt om onderlinge afspraken in vertrouwen. Dat er helderheid is over wat er wordt verwacht en tegelijkertijd ruimte om dat te realiseren. Vertrouwen is moeilijk. Het gaat niet zomaar ter paard. Het betekent accepteren dat er ook weleens dingen misgaan. Dat er soms geen controle is. Maar de tegenhanger van vertrouwen is controle. En het ongewenste kind van controle is wantrouwen.

Vertrouwen is een ‘two-way street’. Praktisch voor onze organisatie betekent het dat je als beginnend beleidsmedewerker van het klasje erop mag vertrouwen dat er in de ‘strategische’ personeelsplanning rekening is gehouden met een buitenplaatsing, of dat de personeelsdienst flexibel is als een eerder vertrek (via T-FBS) naar buiten mogelijk is. En dat je niet plotseling te horen krijgt dat er geen zekerheid is of je naar buiten kan, omdat er te weinig plekken zijn. Het betekent op tijd duidelijkheid voor medewerkers met een tijdelijk contract, in plaats van ellelange onzekerheid, hoge verwachtingen, onduidelijkheid en teleurstelling. Het betekent ook erop kunnen en durven vertrouwen dat onze bestuurders zich ervoor inzetten om een veilige en verantwoorde terugkeer naar een verbeterde fysieke werkomgeving mogelijk te maken. Het betekent initiatieven ondersteunen waarmee het partnerbeleid van Buitenlandse Zaken daadwerkelijk wordt gemoderniseerd. In plaats van als organisatie vast te houden aan de dooddoener “we hebben jou en niet je partner aangenomen”. Het betekent dat je als vakbond de plannen voor een aanpassing van de ronde serieus en constructief moet bekijken. Maar dat we hiervoor wel de tijd nemen. Natuurlijk mag je als organisatie controleren, maar controle mag nooit in plaats van vertrouwen komen.

Gelukkig gaat het meestal goed. Anekdotische voorbeelden van mensen die zich niet aan de regels houden, of de regels in hun voordeel oprekken, spreken tot de verbeelding, maar zijn niet meer dan dat: losstaande anekdotes. De overgrote meerderheid van de BZ’ers is mijn stellige overtuiging, deugen en nopen tot vertrouwen. Daarom moeten we er als organisatie blijvend voor hoeden om niet te vervallen in georganiseerd wantrouwen, te strenge kaders en te rigide regels. Juist in deze tijden, dat de controlemogelijkheden door thuiswerken en Corona beperkter zijn, moeten we elkaar durven vertrouwen. Want, als je geen vertrouwen geeft, hoef je het ook niet terug te verwachten.

Uitkomsten DBZV-enquête
Eerder dit jaar hield de VDBZ een enquête naar de uitwerkingen van het nieuwe DBZV. Aan deze enquête deden 54 uitgezonden BZ’ers deel, waarvan 39 leden alle vragen van de enquête hebben ingevuld. De enquête levert een verdeeld beeld op: 35.90% van de respondenten vindt het nieuwe stelsel positief, 33.33% beschouwt het nieuwe stelsel als negatief, en 30.77% heeft geen uitgesproken mening over het nieuwe stelsel.

Financieel levert de enquête wel een helder beeld op: 71,79% van de respondenten geeft aan er financieel op achteruit gegaan te zijn onder het nieuwe stelsel. 10,26% is er financieel op vooruit gegaan en 17,95% is gelijk gebleven. Opvallend is dat met uitzondering van één respondent alle alleenstaande respondenten aangeven erop achteruit te zijn gegaan. Maar ook respondenten met partners zijn erop achteruit gegaan. Een signaal - van een deel van - onze achterban dat we hebben aangekaart bij de bestuurder. In deze tijden van economische crisis, waarbij de vele sectoren onder druk staan – en sommige zelfs op omvallen (de culturele sector voorop) - past ook ons een bepaalde bescheidenheid, maar dat neem niet weg dat waar er ruimte is voor verbetering deze moet worden genomen.

Als positief aan het nieuwe stelsel wordt onder meer genoemd dat de pensioenregeling (voor partners) meer flexibiliteit biedt en dat de positie van partners beter verankerd is. Daarmee is een belangrijke doestelling van de herziening verwezenlijkt. Maar er is ook volop ruimte voor verbetering zo blijkt uit de reacties van de deelnemers. Zo wordt onder meer het belang genoemd van betere (financiële) ‘incentives’ om naar moeilijke posten te gaan met gezondheidsrisico’s. Ook het verschil in woonmogelijkheden tussen hogere en lagere schalen komt naar voren. Ook over de vraag of de huurnormen voldoende zijn om een geschikte woning te vinden bestaat een verdeeld beeld. 35.90% vindt van wel, 28.20% vindt van niet en voor 35.90% is het niet van toepassing. Hierachter liggen ook zorgen over de wijze waarop de AirInc rapporten tot stand komen. Deze zorgen – opgebracht door de leden tijdens de ALV - zijn eveneens opgebracht tijdens het georganiseerd overleg en in een gesprek met (P)SG.


Kees Cath

Vz werkgroep Arbeidsvoorwaarden, Bestuur

Profiel