Van de Voorzitter

27 mei 2026

Er gebeurt momenteel veel binnen BZ. Misschien wel meer dan in lange tijd. Vrijwel gelijktijdig lopen discussies over arbeidsvoorwaarden, doorstroom, plaatsingen, ouderschapsverlof op posten, businessclass-reizen, taakstellingen en bredere veranderingen in het personeelsbeleid. Tegelijkertijd zal de komende tijd gewerkt moeten worden aan de uitvoering van de beleidsbrief van het kabinet, die richtinggevend is voor de komende jaren.

Een belangrijk onderwerp in de afgelopen periode waren de cao-onderhandelingen Rijk 2026. Als VDBZ hebben wij hierover actief input opgehaald onder onze leden via een uitgebreide vragenlijst. Die signalen hebben wij gedeeld met CNV Overheid, dat namens ons aan de cao-tafel zit. Wij vonden het belangrijk dat de specifieke context van BZ, zoals internationaal werken, langdurige dienstreizen en plaatsingen wereldwijd, nadrukkelijk werd meegenomen.

Uit de raadpleging bleek dat een meerderheid van de respondenten kon instemmen met het onderhandelingsresultaat. Tegelijkertijd kwamen er ook duidelijke zorgen naar voren. Met name de discussie over businessclass-reizen bij lange dienstreizen leeft sterk binnen de organisatie. Voor veel collega’s gaat dit niet alleen over comfort, maar ook over duurzame inzetbaarheid, gezondheid en de uitvoerbaarheid van internationaal werk. Dat doet overigens niets af aan de legitieme wens om waar mogelijk meer economyclass-reizen te stimuleren en dienstreizen verder te verduurzamen. Wij zijn ervan overtuigd dat beide naast elkaar kunnen bestaan. Het gaat ons om helder beleid en het voorkomen van willekeur. Dat signaal hebben wij nadrukkelijk meegegeven richting CNV en het departement.

Ook op andere onderwerpen is de onrust binnen de organisatie merkbaar. Denk aan ouderschapsverlof op posten, doorstroommogelijkheden, de plaatsingsronde en vragen over perspectief binnen de organisatie. Voor collega’s die nog wachten op duidelijkheid, of zich afvragen wat ontwikkelingen rond bijvoorbeeld de interimpool voor hen betekenen, blijft dit een onrustige periode.

Als VDBZ hebben wij hierover, samen met verschillende belangenorganisaties en netwerken binnen BZ, ook actief signalen onder de aandacht gebracht van de Bestuursraad. Daarbij hebben wij benadrukt dat begrijpelijke zorgen over doorstroom, bevorderingen en personele balans niet mogen leiden tot maatregelen die op langere termijn juist ten koste gaan van motivatie, perspectief, talentbehoud en aantrekkelijk werkgeverschap. Juist in een organisatie die internationaal opereert en veel vraagt van medewerkers, moet kwaliteit, inzet en ontwikkeling zichtbaar gewaardeerd blijven, ook in tijden van taakstelling en verandering. Daarbij vragen wij nadrukkelijk aandacht voor transparantie, uitlegbaarheid en het voorkomen van willekeur in personele processen.

Juist omdat deze onderwerpen zozeer raken aan hoe mensen hun werk ervaren, zijn de uitkomsten van het Medewerkertevredenheidsonderzoek (MTO), die inmiddels beschikbaar zijn, extra relevant. De resultaten van dit MTO worden komende periode geanalyseerd en besproken binnen teams en directies. In een periode van verandering zijn zulke uitkomsten van grote waarde. Ze geven inzicht in waar energie zit, waar druk wordt ervaren en waar knelpunten ontstaan in het dagelijks werk. Het MTO is daarmee veel meer dan een verplicht meetmoment. Het is een essentieel instrument om eerlijk zicht te krijgen op hoe het werkelijk gaat binnen afdelingen en directies.

Voor ons als VDBZ begint dat bij goed contact met de leden. Dat doen we via gesprekken, signalen vanuit de organisatie, onze raden van advies en waar mogelijk samen met andere netwerken, belangenverenigingen en bonden. Veel van de onderwerpen die nu spelen raken direct aan hoe mensen hun werk ervaren,  en uiteindelijk ook aan de toekomst van de organisatie waarvoor wij allemaal werken.

Daarbij speelt ook een bredere realiteit mee: de verwachtingen en ambities richting BZ blijven internationaal en politiek groot, terwijl tegelijkertijd stevig wordt gestuurd op capaciteit en middelen. Ook de beleidsbrief onderstreept die spanning nadrukkelijk. Dat vraagt des te meer om keuzes die niet alleen ambitieus zijn op papier, maar ook in de praktijk uitvoerbaar blijven.

De betrokkenheid van collega’s bij deze onderwerpen onderstreept tegelijkertijd hoezeer mensen zich verbonden voelen met de organisatie en het werk dat wij met elkaar doen: in Den Haag en op posten wereldwijd.

Als VDBZ zullen wij ons daarom kritisch én constructief blijven inzetten op deze dossiers. De hoeveelheid onderwerpen die momenteel speelt, vraagt veel van de vereniging en van de bestuursleden en werkgroepen die zich hier met grote betrokkenheid voor inzetten. Hun inzet en betrokkenheid zijn daarbij van grote waarde. Daarom kijken wij de komende periode naar een uitbreiding van het bestuur, zodat we de kwaliteit van ons werk kunnen blijven waarborgen en voldoende aandacht kunnen blijven geven aan de vele onderwerpen die spelen.

Op 9 juni staat onze Algemene Ledenvergadering gepland. We hopen daar velen van jullie te ontmoeten en samen verder in gesprek te gaan over de onderwerpen die ons allen raken.

Voor nu een goede week gewenst,

Simone Kreutzer
Voorzitter VDBZ