Van de voorzitter: Samen optrekken
De afgelopen weken vroegen veel van ons. Van ons werk, maar ook van ons geduld, onze veerkracht en ons vertrouwen in elkaar. Terwijl de uitvoering van het Plan van Aanpak voor Toekomstbestendig BZ is gestart, kwam daar een nieuw coalitieakkoord bij — met erkenning voor het belang van ons werk, maar óók met een aanvullende taakstelling. Voor Buitenlandse Zaken betekent dat: doorgaan op een ingrijpende weg, met dezelfde middelen en onder blijvende druk.
Onze SG is daar helder over geweest. Het plan ligt vast en wordt uitgevoerd, juist om duidelijkheid te bieden na een lange periode van onzekerheid. Tegelijkertijd verdwijnt die onzekerheid niet. Bovenop de lopende bezuiniging van €125 miljoen komt een extra taakstelling van naar verwachting ruim €20 miljoen. De aangekondigde intensiveringen voor Ontwikkelingssamenwerking en (delen van) het postennetwerk zijn een erkenning van het belang van ons werk, maar bieden geen verlichting voor de bezuinigingen op de apparaatskosten van BZ.
Nieuw is dat inmiddels de bewindspersonen voor Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking bekend zijn. Daarmee is een volgende fase aangebroken. Besluiten die tot nu toe vooral ambtelijk zijn voorbereid, worden nu besproken met de nieuwe politieke leiding. Dat geldt ook voor gevoelige onderwerpen, zoals de voorgenomen sluiting van posten, die bewust nog niet onomkeerbaar zijn doorgezet. Die ruimte voor gesprek is belangrijk — en nodig.
Voor veel collega’s voelt deze periode als balanceren tussen duidelijkheid en onzekerheid. Met het formeel vaststellen van het plan is de implementatiefase gestart: functies verdwijnen, teams veranderen en afscheid nemen wordt concreet, in Den Haag en op de posten, voor uitgezonden en lokale collega’s. Dat raakt mensen. En het raakt meer dan alleen degenen wier functie vervalt. Het raakt ook de collega’s die blijven, de werkdruk die toeneemt en de manier waarop we samen ons werk blijven doen.
Juist daarom is het advies van de Ondernemingsraad van 18 december zo belangrijk. De OR benadrukt dat toekomstbestendigheid niet alleen gaat over cijfers en structuren, maar over mensen. Over werkdruk die beheersbaar blijft, over zorgvuldige reorganisaties, over ontwikkelmogelijkheden en over sociale veiligheid, juist in tijden van verandering. Dat zijn geen zachte randvoorwaarden, maar essentiële voorwaarden om als organisatie overeind te blijven.
De SG zei: “Ik weet zeker dat we het samen voor elkaar krijgen.” Dat samen is een oproep aan ons allemaal. Dat vraagt om open gesprekken, om leiderschap dat luistert, om tijdige betrokkenheid van medezeggenschap, outreach naar sociale partners, en om collega’s die elkaar helpen, ook als de druk oploopt. Het gesprek met de vakbonden moet beter worden gevoerd, hun instemming is nodig om de plannen die de bestuurder heeft t.a.v. de plaatsmakersregeling mogelijk te maken. En het vraagt om ruimte om bij te sturen waar nodig, zeker nu een nieuwe politieke leiding haar koers bepaalt.
Als VDBZ voelen wij die gezamenlijke verantwoordelijkheid. We staan naast collega’s die zich zorgen maken, die afscheid moeten nemen of die zich afvragen hoe zij hun werk straks kunnen blijven doen. Tegelijk blijven we het gesprek voeren met bestuur en medezeggenschap: constructief, vanuit een gevoel van gezamenlijkheid, maar scherp waar nodig. Juist nu het ingewikkeld is, maakt samen optrekken het verschil, omdat toekomstbestendig BZ niet alleen wordt gemaakt met plannen, maar met mensen. En dat zijn wij allemaal samen.
Simone Kreutzer
Voorzitter VDBZ